Hoe creëer je een gevoel van urgentie?

Ik weet niet of je ooit een dijkinspecteur hebt ontmoet, maar waarschijnlijk kun je je bij het type wel iets voorstellen. Hij draagt waterdicht schoeisel, weet alles van water, grondsoorten en zandzakken, hij heeft grote handen en hij is boven alles een praktisch type. Zijn naaste collega is de muskusrattenvanger.

Mijn hart maakt altijd een vreugdesprongetje als ik met zulke mensen een verhaal mag maken. Want het betekent altijd een bezoek aan een voor mij geheel vreemde wereld, de wereld (in dit geval dan) van zandmeevoerende wellen en wegschuivende dijklichamen.

Wat het nog interessanter maakt is dat dijkinspectie een vak is met een lange geschiedenis. Het beroep van dijkinspecteur is in sommige families eeuwenlang van de ene op de andere generatie overgegaan.

Maar bijna ongemerkt veranderen er ook in de dijkbescherming allerlei zaken die nopen tot een andere aanpak. En voor die nieuwe aanpak is een naam verzonnen die bij de gemiddelde dijkinspecteur alle alarmbellen zal doen afgaan: Professionalisering Inspectie Waterkeringen.

Zo’n projectnaam ruikt namelijk naar managers en protocollen. En het woord Professionalisering suggereert vooral: tot nu toe werd er maar wat aangerotzooid bij die dijkinspecties. Dat wil natuurlijk geen enkele dijkinspecteur zich laten zeggen.

Dus hoe breng je de urgentie van zo’n project over? Hoe laat je zien wat nieuwe technologie en een nieuwe werkwijze voor het dijkbeheer betekent? En hoe doe je dat op een speelse en aantrekkelijke manier?

De Waterschappen, Rijkswaterstaat en kennisinstituut STOWA vroegen of ik een verhaal kon maken over het project Professionalisering Inspectie Waterkeringen. We nodigden twee ervaren dijkbeheerders, een docent dijkbeheer, en iemand van het project uit voor een verhaalsessie en ik mocht de vragen stellen. En ik vroeg de mannen: stel je een hardwerkende en goedbedoelende dijkbeheerder voor die denkt dat hij zijn hele gebied prima op orde heeft, en op een dag komt hij erachter dat dat volstrekt niet het geval is. Hoe zou dat eruit zien? Wat gaat er dan mis? En waar komt de dijkbeheerder dan achter?

Het kostte de dijkdeskundigen geen enkele moeite om een waar horrorscenario te verzinnen waarin het denkbeeldige waterschap Noord-Wierderland op een haar na door het water werd verzwolgen. Een van de dijkbeheerders had zelfs foto’s van een vergelijkbare situatie op zijn mobieltje staan, zodat ik me een beeld kon vormen van het onheil. En ze verzonnen nog een prachtige ontknoping ook. Na de sessie belde ik nog met een Clustermanager Beheer Watersystemen, voor de ontbrekende stukjes.

Vervolgens was het aan mij om van al deze ingrediënten een spannend miniverhaal te maken en dat moest tot op de millimeter kloppen. Want als je dijkinspecteurs fabeltjes op de mouw probeert te spelden, dan gaat het natuurlijk helemaal mis met de geloofwaardigheid van het project Professionalisering Inspectie Waterkeringen. Bij de revisiefase kwam vooral de kennis van de docent dijkbeheer goed van pas. Hij had opmerkingen als:

'Hier hebben we een tijdsprobleem. Nutsbedrijven mogen niet boren tussen 15 oktober en 15 maart. Als we deze calamiteit plaatsen in het voorjaar, moet de boring dus al minstens 5 maanden geleden zijn uitgevoerd. De calamiteit kan zich ook voordoen rond de kerst, dan is er niet zozeer sprake van dooi als wel zware neerslag.'

Zo leer je nog eens wat.

Het was een heerlijke opdracht. De boekjes (ze passen in iedere binnenzak), met leuke cartoons van Auke Herrema, worden nu op allerlei momenten gebruikt om te laten zien wat het project behelst en waarom het professionaliseren van de inspecties toch wel een goed idee is. En het verhaal lijkt aan te slaan.

Als je wilt weten wat er mis was in Noord-Wierderland, en hoe dat afliep, mail me dan voor een gratis pdf van de mini-thriller Alarmfase ZMW.