De toekomst van het plastic tasje

Moeder Natuur heeft er 2 miljoen jaar over gedaan om de aardolie te maken waar wij een plastic tasje van maken dat we na gebruik direct weggooien. En met dat weggooien begint de ellende eigenlijk pas goed, want zo’n plastic tasje heeft nog het eeuwige leven ook. Het is niet afbreekbaar en eindigt misschien wel in de grote plastic vuilnisbelt in de Stille Oceaan, waar het nog tienduizenden jaren zal ronddobberen.

Het kan anders en veel beter.

Chemici hebben een techniek ontwikkeld waarmee je in 2 jaar tijd de grondstoffen kunt maken waar Moeder Natuur 2 miljoen jaar voor nodig heeft. Het principe kennen we van de snelkookpan: zet de zaak onder hogere druk en alles is een stuk sneller gaar. Nodig is: afval uit de landbouw en de voedselindustrie. Denk aan stengels en bladeren van maisplanten, pulp uit de suikerindustrie, aardappelschillen. Alles dus wat we normaal weggooien of op het veld laten liggen, omdat het niets waard is. Het bio-raffinage proces zet dit restafval om in grondstoffen voor brandstof en plastic, maar ook voor hoogwaardiger en lucratievere toepassingen zoals voedsel voor mens en dier en zelfs medicijnen. En het mooie is: de eindproducten zijn volledig afbreekbaar.

De technologie is er dus al, maar zij staat nog wel in de kinderschoenen. Vergelijk het met de eerste vlucht per vliegtuig, in 1903 door de gebroeders Wright. Die eerste vlucht, die 12 seconden duurde, bewees dat vliegen mogelijk was. Niemand wist nog hoe je een toestel met honderden passagiers de oceaan over kon laten vliegen – maar dàt zoiets ooit zou gebeuren stond op dat moment eigenlijk al vast. Er was alleen meer kennis nodig, tijd en geld. En natuurlijk de aanjager van dit alles: een markt.

De markt voor bio-plastic is er. Fabrikanten van auto’s en mobiele telefoons willen binnen een paar jaar overschakelen op bio-plastic, omdat het hun producten een veel aantrekkelijker  imago geeft. Olie is smerig, bio-plastic is sexy, zo zit het ongeveer. De grootste plasticfabrikanten ter wereld krijgen opeens telefoontjes van Apple, BMW en Nokia: ‘over 2 jaar willen we alleen nog maar bio-plastic in onze producten, zorg dat je erbij bent.’ SABIC, een van ’s werelds grootste plasticproducenten met een vestiging in Bergen op Zoom, is al druk aan het studeren op de overschakeling naar bio-raffinage  – een investering waar miljarden mee gemoeid zullen zijn. Pikant detail: het SA in de naam SABIC staat voor Saoedi Arabië. Dat land is zich als geen ander bewust van de eindigheid van de olievoorraad. En ze willen graag nog wat olie in de grond laten zitten voor belangrijkere zaken dan plastic tasjes -  voor materialen bijvoorbeeld die zo hoogwaardig zijn dat ze met geen mogelijkheid uit aardappelschillen gefabriceerd kunnen worden.

Het is onvermijdelijk: de komende tientallen jaren zal de wereld de economie-op-oliebasis vaarwel zeggen en overschakelen op een economie-op-biobasis. Er is meer dan genoeg suikerpulp en ander restafval om al het plastic te maken dat de wereld ooit nodig zal hebben. Wat we nog moeten leren is om de bio-raffinagetechniek grootschalig toe te passen en te verfijnen. Immers, hoe zuiverder je het bio-afval kunt raffineren, des te hoogwaardiger zijn de grondstoffen die je kunt produceren en des te meer geld valt er mee te verdienen.

Mensen die thuis zijn in de bio-based technieken zijn heel hoopvol over de toekomst. Zij weten dat alle technologie die we na het olietijdperk nodig hebben allang bestaat, en dat de producten die we dankzij die technieken kunnen maken veel duurzamer zullen zijn dan wat we nu fabriceren. Het motto van de bio-based economy is:

'Nog niet zo lang geleden dacht iedereen dat mensen de natuur moesten redden.
 Maar nu blijkt dat de natuur óns gaat redden.'

Wij sluiten ons daar graag bij aan.

Terug naar de pagina Storytelling